Het is wel heel raar: Pasen vieren en thuis moeten blijven! Niet naar de kerk kunnen (of naar de meubelboulevard, naar de Keukenhof of de camping; doorhalen wat niet van toepassing is…)

In Johannes 20: 19 staat dat ook de leerlingen van Jezus op de avond van die eerste dag van de week de deuren hadden afgesloten omdat ze bang waren. Er is niets nieuws onder de zon…

Toch laat Pasen zich niet tegenhouden! Jezus verschijnt door dichte deuren heen, en lied 630 zingt: ‘Het leven brak door aarde en steen! Uit alle wondren om u heen spreekt, dat God heeft gesproken’.

Thema voor deze week is ‘Nieuw leven’.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Donderdag 16 april, door Marieke Fernhout

Nee, ik ben het coronavirus niet dankbaar. Verkeerd woord! Daarvoor is de ellende te groot. Maar tegelijkertijd ervaar ik wel degelijk iets van verwondering.

Verwondering over de lucht boven China, die elke dag verder opklaart.

Verwondering over het water in de lagune bij Venetië, dat nu zó helder is geworden dat je de vissen kunt tellen – er schijnen zelfs weer dolfijnen te zwemmen.

Dat deze opleving van de natuur nu net in het voorjaar plaatsvindt, geeft er wel een heel bijzondere dimensie aan… Nog niet eerder kreeg ‘nieuw leven’ zo’n letterlijke betekenis. En dan wordt het ook nog Pasen…

In ‘verwondering’ zit het woord ‘wonder’ en dat is Pasen, teruggebracht tot de kern: Het wonder van het leven dat ín de dood begint. Niet ná de dood – Pasen is geen hemelfietserij, Pasen is een intens aards feest dat viert dat hier en nu het leven ís.

En als dat verrekte virus ons dan íets brengt, laat het dan dat zijn: het besef dat we leven hier en nu. En niet gisteren of morgen.

En misschien wel het allerbelangrijkste: het Paasverhaal is door mensen verder verteld en gebracht, met monden en handen en voeten, van geslacht op geslacht. Daar ligt onze opdracht in deze coronacrisis: niet om in deze vloek een zegen te zien, maar om uit deze vloek zegen tot stand te brengen. Collectief – met zijn allen – samen.

 

Gebed

Heer God, Gij gunt ons het licht van onze ogen.

Gij hebt onze geboorte gewild,

Niet voor het duister hebt Gij ons gemaakt,

Niet voor de dood,

maar om te leven naar U toe, van ganser harte.

Maar wees dan ook barmhartig

en neem ons bij de hand.

Keer ons ten goede, ten leven,

vandaag en in eeuwigheid

Huub Oosterhuis in ‘Bid om vrede’