Een nieuw thema: buiten, de tuin in, de paden op, de wegen van deze wereld langs trekken. In april verlaten doorgaans de eerste vakantievierders al het land.

Nu is alles anders: reizen en trekken naar buiten is voorlopig nog niet aan de orde.
Wat is buiten eigenlijk? En wat is binnen? Hier is opnieuw een bericht voor thuisblijvers.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

Zaterdag, door Monique Maan

Buiten

Het was een klein berichtje in de krant: nu de eerste lentedagen een feit zijn, mogen de koeien weer naar buiten. Maar dit jaar dus zonder publiek. Gelukkig zijn er op internet heel veel filmpjes te vinden van koeien die een gat in de lucht springen nu ze na de winter de wei weer in mogen. Voor mij is hoort dit echt bij het voorjaar. Net als alle ramen en deuren openzetten en de winterlucht uit het huis verdrijven. Of met blote armen in een hoekje van de tuin, uit wind in de zon. Het leven verplaatst zich van binnen naar buiten.

En in die buitenwereld is zoveel te zien: bloesem in de kersenboom, narcissen en tulpen overal, vogels die hun nest bouwen.
Het doet me denken aan één van de liederen uit het Liedboek, gedicht door Jan Wit:

Laat dan mijn hart U toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
(lied 978: 4, eerste vier regels)
Eigenlijk een opvallende tekst, als je bedenkt dat Jan Wit blind was…. Maar kennelijk is het zien van Gods tekens niet alleen kwestie van zien met ogen, maar ook van zien met het hart.

En misschien moeten we elkaar en onszelf dat vooral maar toewensen in deze tijd: dat het ons lukt om te zien en te blijven zien met het hart. Want, met de slotregels van lied 978: 4:

Dan is het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet.

 

Gebed

Maak ons stil van binnen, haal weg de druk, de drang, de onrust –

misschien kunnen we
dan iets van U horen,
een Stem die ons aanroept, toespreekt en troost.

Jurjen Beumer in ‘Op de drempel – Gebeden bij wisselend tij’, Baarn, 1999.