Alweer de vijfde week van deze berichten.
Deze tijd zou je als een soort ‘voortgezet vasten’ kunnen beschouwen; een periode waarin je afziet van allerlei zaken die je anders als ‘normaal’ beschouwt.

De thema’s van deze en vorige week hebben daar mee te maken. Vorige week ging het over ‘buiten’, deze week gaat het over ‘ontmoeten’. Beide zijn in deze tijd opeens niet meer vanzelfsprekend. Dat nodigt uit om meer dan anders je bewust te zijn van de waarde en betekenis ervan.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Vrijdag 1 mei, door Monique Maan

Hoeveel mensen zou ik in het pre-coronatijdperk op een dag zijn tegengekomen? Het moeten er heel veel zijn: op het schoolplein als ik mijn kleindochter wegbreng en ophaal, in winkels, mensen op straat, en dan natuurlijk iedereen die ik tijdens mijn werk tegenkom, op afspraken, bij gespreksgroepen, vergaderingen, kerkdiensten.

Het is gek hoe dat ineens bijna allemaal is weggevallen. In de buurtsuper proberen mensen elkaar te ontlopen, op het schoolplein kom ik al weken niet, en in de kerk is slechts een klein groepje mensen aanwezig om de dienst op te nemen.

Maar ‘niet tegenkomen’ is heel iets anders dan ‘niet ontmoeten’. Waar eerder op de vraag ‘alles goed?’ automatisch geantwoord werd ‘goed hoor!’ -en intussen liep je allebei al door- lijken nu de gesprekken veel sneller op een dieper niveau te komen.

Zorgen, angsten en onzekerheid worden veel gemakkelijker gedeeld, zo ervaar ik. Juist omdat iedereen weet dat het in deze tijd niet vanzelfsprekend  ‘goed hoor!’ is. Het levert intensieve gesprekken op en werkelijke ontmoetingen.

In de Bijbel lezen we over ontmoetingen van Jezus met mensen als Zacheüs, de Samaritaanse vrouw, Bartimeüs, Maria op Paasmorgen. Het zijn ontmoetingen die iets teweegbrengen. Mensen voelen zich gezien en gekend, en openen zich voor Jezus. In de ontmoeting ervaren ze heelheid, en dat maakt hen nieuwe mensen.

Misschien kom ik over een tijdje wel weer veel meer mensen tegen dan nu. Maar ik hoop vooral op die ontmoetingen van hart tot hart. Ontmoetingen waarin we, met of zonder afstand, tot elkaar komen.

 

Stilte

Heer,
Ik sluit mijn ogen
even is het stil.
Ik probeer aan U te denken even maar
wachten of er een vonkje
van uw liefde
opvlamt in mij.
En als U mijn gedachten zegent voel ik uw nabijheid
en de stilte
raakt mij weldadig aan.

Toon Hermans