In de week van Hemelvaart is voor het thema ‘hemel en aarde gekozen’

Zaterdag – Hubertien Oostdijk

Als mensen ernstig ziek zijn komen in gesprekken vaker de grote vragen van het leven langs, waarom, waartoe… Ook de vraag naar wat de hemel is en hoe die er uitziet komt geregeld ter sprake. Ik vertel mensen regelmatig het volgende verhaaltje: Er waren eens twee monniken aanhet kibbelen over hoe de hemel er uitziet, ‘zus of zo’. Ze komen er niet uit en besluiten naar een stervende broeder te gaan en vragen hem als jij in de hemel komt geef ons dan een teken over hoe die hemel eruitziet. Of je zegt ‘zus’ en dan heb ik gelijk of je zegt ‘zo’ en dan heeft de ander gelijk. De broeder sterft en na een paar weken komt er inderdaad een teken uit de hemel. Maar het antwoord luidt: het is niet ‘zus’ en het is niet ‘zo’, het is ‘totaal anders’! En daar moeten we het mee doen!

Het is zoals Paulus schrijft in 1 Korintiërs 13 “Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog”. Of oude vertaling “want nu zien wij nog door een spiegel in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht”.
Kortom wij weten het niet. Uit verhalen na een bijna dood ervaring komt vaak het beeld terug van een tunnel met aan de uitgang veel/helder licht en schitterende kleuren. Ook overleden dierbaren kom je in die ervaringen wel eens tegen. Het moet er dus mooi zijn maar verder… In deze week

staan we stil bij Hemelvaartsdag, een in onze ogen vaak wat ongrijpbaar feest, wat net zoals het praten over de hemel vooral veel vraagtekens kent. Lied 666 van Hanna Lam zingt en daar moeten we ons maar aan vasthouden:

“De Heer is opgetogen, Hij steeg boven ons uit.
Wij staan met onze ogen voor een beslagen ruit.
Daarop heeft Hij geschreven: ik laat je niet alleen.
Een glimlach van zijn vrede valt door die woorden heen.”