Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Dinsdag 9 juni: Marieke Fernhout

 Het was in een tijd dat de grootste grutter van Nederland weer een plaatjes-spaaractie voor kinderen had en mijn oudste dochter, toen een jaar of 10, driftig mee spaarde. Het bericht was tot ons gekomen dat er bij een bepaald filiaal voor kinderen de mogelijkheid was om achter de kassa’s te wachten en dan de klanten die hadden afgerekend te vragen of ze de felbegeerde plaatjes misschien wilden afstaan. Wij erheen natuurlijk; er was een plastic lint gespannen waarachter de kinderen dienden te wachten en mijn dochter voegde zich keurig in de rij. Het beeld: een blond koppie tussen allemaal donkere koppies – omdat het filiaal in een wijk ligt waar veel mensen wonen die hun ‘roots’ in Turkije en Marokko hebben liggen. Wat er gebeurde: het blonde koppie kreeg de meeste plaatjes….(waarmee ze met de andere kinderen onderling ook meteen aan het ruilen sloeg).

Toen we thuiskwamen hebben we erover gepraat en, zo jong als ze was, ze begreep wat er daar was gebeurd. Ik zal de term ‘white privilege’ nog niet hebben gebruikt, maar ik was wel heel trots op haar inzicht.

Eigenlijk past het begrip ‘compassie’ helemaal niet in deze context. Eerder machteloosheid.  Maar door wat er met George Floyd in Minneapolis is gebeurd moest ik weer terugdenken aan deze gebeurtenis, en hoe we ons toen eens temeer bewust werden van onze voorrechten.

Als ik durf te zeggen dat ik compassie voel met al die mensen die door hun huidskleur, achternaam, afkomst, zoveel minder kansen hebben dan wij, heeft het met die machteloosheid te maken. Meeleven, mee-lijden: het zijn zulke grote woorden, ik weet niet hoe het voelt om zwart, arm en achtergesteld te zijn en ‘dus’ te moeten vrezen voor je leven. Maar als compassie ergens nodig is, is het dáár en nú. Of eigenlijk gisteren.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver