Deze week met het thema: Duurzaam

Zaterdag 11 juli: Arjen Hiemstra

Het is gek: alle bijwoorden die eindigen op ‘-zaam’ hebben iets zachts, iets kalms. De stukken vliegen er niet vanaf: duurzaam, langzaam, heilzaam, spaarzaam, mededeelzaam. Het gaat in alle gevallen voorzichtig, gestadig misschien en volhoudend, maar het zijn geen woorden die passen bij een grote evenementen, bij een spetterende party, een geweldige spreker of een imponerende persoonlijkheid. Dus ‘duurzaam’ is bereik je niet van het één op het andere moment.

In de Bijbel komt het woord één keer voor (in de Nieuwe Bijbelvertaling), in Spreuken 11,18: ‘het loon van een rechtvaardige is duurzaam’. Dat is nog al een uitspraak, dat ervaren we niet altijd. En zeker in de corona-tijd kun je er wel vragen bij hebben: mensen die zich aan de regeltjes houden en keurig anderhalve meter afstand houden, worden niet altijd beloond. Als je binnen blijft in het verpleeghuis en er komt ook werkelijk niemand op bezoek, dan kun je nog wel ziek worden.

Je kunt het Bijbelcitaat ook omdraaien: dúúrzaam is het loon van de rechtvaardige. En dan wordt zichtbaar dat het loon van de rechtvaardige niet onmiddellijk komt. En dat het geen kwestie is van grote woorden, grote daden en spetterende gebeurtenissen. De rechtvaardige opereert kalm. Hij zet een richting uit en houdt zich daar aan. Het duurt even. Misschien moet de rechtvaardige eerst wel het nodige ver-duren.

Het uiteindelijke loon is geen grote geldsom. Het is ook zelden een groot prestige of een buitenkansje. Wat overblijft zijn zachte waarden: trouw, liefde en zorg voor de ander. Daar wordt de wereld duurzaam beter van.

 

 

Zondag 12 juli: Een gebed van ds. W. van der Zee

 

Van U is de aarde, God, en dus van ons allen samen

In noord en zuid, in oost en west:

Houd de onrust in ons levend

dat wij deel uitmaken van een minderheid

die op kosten van de schepping

zich te goed doet aan wat Gij bestemd hebt voor alle mensen

En maak ons bereid te leren ons leven zo te herzien

dat wat wij het onze noemen

ook ten goede komt aan de meerderheid die minder heeft.