Vrijdag 17 juli: Pierre Eijgenraam

Bij het woord ‘loslaten’ denk ik, onder andere, aan het Paasevangelie van Johannes. Het is dat ontroerende verhaal (Johannes 20: 1-18) waarin verteld wordt hoe Maria bij het graf van Jezus komt en ontdekt dat de steen is weggerold. Er staan twee engelen bij het graf, maar Maria lijkt het niet op te merken. Ze wil alleen maar weten wat er met Jezus is gebeurt. En zelfs als Jezus zelf aan haar verschijnt, denkt ze dat hij de tuinman is en herkent ze hem niet, totdat Hij haar bij de naam noemt. Maria is dolgelukkig, maar Jezus zegt tegen haar: ‘Houd mij niet vast, maar zeg aan de anderen, dat ik moet opvaren naar mijn God en jullie God’.

Ik denk altijd dat je deze woorden op twee manieren kan lezen. Je kunt het ‘algemeen menselijk’ opvatten en dan is betekenis zoiets uit: juist degene van wie je houdt, moet je niet vast willen houden; ieder mens gaat zijn eigen weg door het leven en zijn eigen weg naar God.

Maar ik vind het ook een fascinerende gedachte dat we Jezus zelf niet moeten willen vasthouden, Hij gaat zijn eigen weg. Misschien is dat zoiets als het beeldenverbod in het oude Testament: je moet God niet willen vastpinnen, je kunt Hem niet opsluiten in een tempel of een kerk of in een dogma: Hij gaat je al vooruit en op onverwachte momenten zal je ontdekken: ‘Ik ben bij je’, ik ben naast je, zoals ‘een schaduw aan je rechterhand’. (Psalm 121)