Zaterdag 18 juli:  Vertrek van mijn dochters

 

Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien

Aan hun gezichten die langzaam veranderden

van die van kinderen in die van vrienden,

van die van vroeger in die van nu.

 

En gevoeld en geroken als ze me kusten,

een huid en een haar die niet meer voor mij

waren bedoeld, niet zoals vroeger,

toen we de tijd nog hadden.

 

Er was in ons huis een wereld van verlangen,

geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun

kamers waarin ze verzamelden wat ze mee

zouden nemen, hun herinneringen.

 

Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie

Precies datzelfde uitzicht,  precies die

zelfde wereld van twintig jaar her,

toen ik hier kwam wonen.

 

 

Zondag 19 juli: Arjen Hiemstra

In het afgelopen jaar heb ik een opleiding voor geestelijke begeleiding afgerond. Sinds die tijd mag ik mij Geestelijk Begeleider noemen en individueel en in groepen spreken met mensen over hun vragen naar God en hun persoonlijk geloof. Tijdens de cursus kregen we colleges over persoonlijke spiritualiteit, heftige geloofsvragen kwamen voorbij en we oefenden begeleidingsgesprekken met elkaar. En vaak vroegen we ons af: “Wat kan ik hier zeggen?”

Één antwoord kwam vaak voorbij en ik heb het onthouden. Als moeilijke kwesties mensen overspoelen kun je altijd nog antwoorden met de vraag: “Wat zou God nu tegen jou willen zeggen?”

Inmiddels ligt de opleiding al weer meer dan een jaar achter mij. Af en toe begeleid ik iemand van binnen of buiten de kerk bij zijn geloofsvraag. Soms zijn de gesprekken heftig. Soms ook is het werk dat ik doe voor de kerk of in de wereld moeilijk. En dan erger ik mij aan wat mensen elkaar aangedaan hebben of elkaar aandoen. “Zien ze dat nou zelf niet?” vraag ik me dan af. En af en toe lig ik ’s nachts wakker van wat op mijn pad komt.

Maar altijd weer komt dan ook die vraag bij mij terug: “Wat zou God nu tegen jóu willen zeggen?” En als ik bij die vraag ben aangeland wordt ik rustiger en kan ik de boel weer een beetje loslaten. Want dan bedenk ik me dat God waarschijnlijk zal zeggen dat het mooi is dat de geloofsvraag naar boven is gekomen. En soms is het ook net alsof ik God hoor zeggen: “laat de ergernis los, je hoeft niet de hele kerk en wereld op je te nemen. Ga slapen!”