Deze week over avontuur

Zondag 26 juli: Ad Bogaard

Een beetje ouderwets woord: avontuur. Het doet mij denken aan de kinderboeken uit mijn jeugd: ‘De avonturen van…’ Vul maar in: Kuifje, Pietje Bell, Dik Trom, Kapitein Rob, Donald Duck, enz. Ik denk bij avontuur aan iets spannends dat je beleeft. Mijn leven is niet zo avontuurlijk. Tegelijkertijd vind ik het leven één groot avontuur. Ook zonder ‘nieuwe avonturen’ is mijn leven spannend. Elke ontmoeting is een avontuur op zich.
Uitgedaagd door de redactie van deze serie, hier mijn avontuur: ik was halverwege de twintig, toen ik met vrienden op vakantie was in Zuid-Frankrijk, aan de voet van de Pyreneeën. Op een middag zagen we een berghelling met

‘eeuwige sneeuw’. We besloten erheen te klimmen. Een beetje onbezonnen, op mijn espadrilles. En eigenwijs: ik wilde per se via een steile helling omdat die route mij korter leek, de rest wilde via het dal omhoog. Om een lang avontuur kort te maken: ik ging alleen verder, klom op handen en voeten omdat het te steil werd en ik weinig grip had, toen ik op een puinhelling stuitte die al begon te schuiven zodra ik er een voet opzette. Ik versteende van angst, durfde niet meer voor- of achteruit, en realiseerde me: niet ik bedwong de berg, de berg bedwong mij.

Wat nu? Wachten op een reddingsteam, dat mij met een helikopter van deze berg zou halen? Met de moed der wanhoop rende ik over de puinhelling. De opluchting toen ik boven was, bij de sneeuw. De ontlading. Ik had heel even mijn doodsangst overwonnen…

Een Ierse reiszegen:

Dat de weg je tegemoet komt,
dat de wind je steunt in de rug, dat de zon je gezicht warmt,
de regen je veld vruchtbaar maakt en totdat we elkaar weer zien:

dat God je in de palm van zijn hand bewaart.