Zaterdag 1 augustus: door Pierre Eijgenraam

In 1997 had ik studieverlof en ben ik als pelgrim in 3 maanden tijd van Arles in Zuid-Frankrijk naar Santiago de Compostela gelopen. De kerkelijke autoriteiten mopperden: ‘Noem je dàt studieverlof?’

Misschien niet, maar ik zou zomaar een heel rijtje nascholingscursussen kunnen opnoemen waar ik minder van heb geleerd. Het was een oefening in spiritualiteit, een confrontatie met mezelf en een intensieve kennismaking met de kerkgeschiedenis en de symboliek in christelijke kunst.

Een van de dingen die me het meest is bijgebleven is het inzicht dat de pelgrimsreis een symbool is voor onze levensreis. Er zijn bergen en dalen onderweg, woestijnen en bewoonbare plaatsen. Er zijn periodes van alleen zijn en van aangename of minder aangename reisgenoten.

Inmiddels hangt al bijna een kwart eeuw bij mij het ‘gebed van de pelgrim’ naast de voordeur. Ik vond het in een kerkje ergens op de route. Ook als ik er niet op let, gaat het stilletjes  met me mee als ik de deur uitga en begroet het mij wanneer ik weer thuiskom.

 

‘God, die Uw dienaar Abraham wegriep

en hem beschermde op heel zijn reis;

Wees ook voor ons een metgezel onderweg:

gids op de kruising van wegen,

steun bij vermoeidheid,

schaduw in de hitte en licht in de duisternis.

Wees voor ons de stok die ons behoedt voor vallen

en de haven die schipbreukelingen ontvangt

zodat wij veilig en wel het einde van onze reis mogen bereiken,

en vervuld van het goede terugkeren naar huis’.