Zondag 2 augustus: door Yolanda Voorhaar

In de middeleeuwen werden mensen op pelgrimsreis gestuurd. Het gold als een boetedoening:  zo’n reis zou je louteren, je zou als een ander mens terugkomen.

Er waren tal van bestemmingen: dichtbij voor kleine zonden, verder weg om voor een grote misstap boete te doen. Santiago de Compostella was ook toen al zo’n bestemming.

In onze tijd lijkt men de pelgrimsreis weer herontdekt te hebben als een middel om je leven een nieuwe keer te geven. Hoevelen er niet op reis gegaan zijn naar Santiago – lopend, aan een stuk door of telkens een stuk van de route, fietsend, alleen, met een groep. Je ziet veel prachtige dingen onderweg. Pelgrimskerken, met uitgesleten drempels van de vele voeten die er overheen gingen. Ik moet dan altijd aan Psalm 122 denken: ‘Hier gingen ons de voeten voor van pelgrims, die de Heer verkoor.’

Mijn ervaring is, dat je niet per se een pelgrimsroute hoeft te volgen om aan het denken gezet te worden over je leven, over je bestemming. We zijn hier in deze omgeving gezegend met mooie landschappen, weidse verten. Wandelend door bossen en heidevelden, langs stromend water, wordt het landschap soms een gelijkenis  van je leven, van wat je bezighoudt.

Ons leven is een pelgrimstocht, dat soms door lieflijke landschappen gaat, over bergen en door dalen, soms ook door desolaat landschap, maar altijd verder op weg naar Gods toekomst. Die reis maakt ieder van ons, ook als je thuisblijft.

Het nieuwe Liedboek heeft niet voor niets een rubriek Levensreis (nummers 796 – 861)  met soms prachtige liederen die ons helpen die weg te gaan.