De waarde van eenvoud heb ik zo’n veertig jaar geleden geleerd. Tijdens mijn tijd op de middelbare school ging ik met een groep medescholieren en de docent godsdienst een weekend naar de Abdij Sion in Tegelen. Wij, calvinisten uit Friesland wisten niets van Cisterciënzer monniken, maar de docent vonden we oké en dus gingen we mee. Op een vrijdagavond eind februari kwamen we aan in het klooster en stond er een maaltijd op ons te wachten.

De gastenbroeder verontschuldigde zich voor de eenvoud: “In de vastentijd deden ze het altijd wat sober met de maaltijd, en ja, ook gasten kregen daar mee te maken bij hen in huis”. Wij keken om ons heen: een keurig gedekte tafel met echte katoenen servetten. Een grote pan boerenkoolhutspot, ja dat was misschien een beetje eenvoudig, maar de kwaliteit was heel goed: Stevige gestampte aardappelen met echte boerenkool – je kon de restjes stronk nog zien zitten her en der. En daarbij vegetarische worsten, salade en zelf ingemaakte zilveruitjes en augurken. En toen we aan tafel zaten werd er ook nog een karretje met biertjes en frisdrank de refter binnengereden. Eenvoud? Wij hebben het niet gezien.

Pas later begreep ik wat eenvoud betekent voor Benedictijnen en Cisterciënzers: dat je leven je leven leidt zonder ingewikkelde recepten en weelderige interieurs. Dat je één ding kiest en niet alles tegelijk doet. Maar dat wat je kiest moet goed zijn en dus vind je bij Benedictijnen en Cisterciënzers sobere maar stijlvolle abdijen en krijg je voedzame maaltijden met een goed biertje voorgeschoteld.

Voor Benedictijnen en Cisterciënzers is niet het vele goed, maar het goede is veel. En ik kom er graag. Om me de eenvoud te herinneren.

Arjen Hiemstra

Maandag – Pierre Eijgenraam

Jaren geleden heb ik eens met mijn echtgenote gedineerd in een restaurant met twee Michelinsterren. ‘Hoe vind je het eten?’ vroeg ze me na het tweede voorgerecht. ‘Ja, wat zal ik zeggen?’ -reageerde ik. ‘Het is heel bijzonder, wel lekker maar ook een vreemde gewaarwording om voedsel als kunstvorm tot je te nemen. Ik vind het toch een wat abstracte vorm van eten’.

Het bleef even stil aan de andere kant van de tafel. ‘Bedoel je niet gewoon dat je de porties erg klein vindt?’

Het is niet altijd zo makkelijk om precies te zeggen wat je bedoelt! Dat vind ik ook de uitdaging van een goede preek: kun je de dingen zo eenvoudig zeggen dat het ook óver komt? Maar dan wel op zo’n manier dat het niet plat wordt en ongenuanceerd…

Dat lukt alleen als je heel goed naar jezelf en heel goed naar de tekst geluisterd hebt. En als je er niet op uit bent om te zeggen wat je dènkt dat de mensen graag willen horen, of te zeggen wat je denkt dat mensen vìnden dat je zeggen moet….maar eenvoudigweg te zeggen wat gezegd moet worden.

‘Schrijven is schrappen’ zei Godfried Bomans. De ‘kunst van het weglaten’ noemen we dat tegenwoordig. Daar kun je een leven lang mee bezig zijn.