Joost Röselaers

In mijn studeerkamer is één plank van de boekenkast gereserveerd voor kinderliteratuur. Want soms wordt daar op een heel eenvoudige en heldere manier iets in woord en beeld gebracht van wat ik bijbelse levenswijsheid zou noemen. Onder de boeken in dat rijtje is er ook één van Max Velthuijs. Hij heet Kikker is verliefd. Omdat het vakantietijd is, zou ik deze week eens bij deze lichte kost’ willen stil staan .

Kikker voelt zich niet lekker, opent het verhaal. Zijn hart klopt sneller dan anders. En hij heeft het beurtelings warm en koud. Wat is er toch? Hij gaat naar Haas, om advies. Haas is de wijze, in de Kikkerverhalen. Die zoekt het op. Snel kloppend hart? Beurtelings warm en koud? Geen koorts? Je bent verliefd, zegt hij. Woepie, zegt Kikker. Ik ben verliefd!

Maar op wie? vraagt Varkentje, de eerstvolgende die hij tegenkomt. Daar moet Kikker even over nadenken. Dan weet hij het. Op Eend, die lieve mooie eend. Dat kan niet, zegt Varkentje. Een kikker kan niet verliefd zijn op een eend. Jij bent groen en zij is wit. Maar Kikker weet het zeker. Het enige probleem is wat hém betreft dat hij verlegen is. Hoe moet hij haar laten weten, dat hij van haar houdt?

Hij verzint van alles. Ten slotte maakt hij een reuzensprong voor haar. Hij springt hoger dan welke kikker dan ook ooit gedaan heeft – en stort vervolgens manmoedig neer. Zoals in alle romannetjes is Eend juist in de buurt en ontfermt zich over hem. Wees voortaan toch wat voorzichtiger, zegt ze als ze hem verzorgd heeft, want ik houd zoveel van jou. Dan loopt Kikker donkergroen aan en zegt: O Eend, ik houd ook zoveel van jou. Vanaf dat moment zijn ze altijd samen, en heel gelukkig. Een kikker en een eend, eindigt het verhaal. Groen en wit. Liefde kent geen grenzen.