door Hubertien Oostdijk 

Tijdens de dienst in de Eusebiuskerk gebeurde het nog, een vrouw die vroeg waar ik predikant was. ‘In Arnhem-Zuid’ antwoordde ik. ‘Oh, dat is vreselijk ver weg’ luidde haar antwoord. ‘Welnee een kwartiertje fietsen’ reageerde ik.

Voor sommige inwoners van Arnhem-Noord lijkt Arnhem-Zuid een enorm eind terwijl je andersom gevoelsmatig veel minder hoort ‘klagen’ over de afstand!

Maar wie Arnhem zegt denkt aan een brug, je moet nu eenmaal de Rijn over om aan de andere kant van de stad te komen.

Toine Lacet schreef een gedicht getiteld ‘de Brug’. Het is met name geschikt voor een afscheidsdienst. Een aantal regels daaruit vindt u hierbij.

 

“Breng jij mij weg tot aan de brug?

Ik heb geen idee hoe diep het water is.

 De overkant lijkt mij zo ver,

je kunt de oever hier niet zien,

zo ver het oog reikt zie ik mist.

Ik twijfel aan het verder gaan.” 

 

“Breng jij mij weg tot aan de brug?”

“Dank voor je liefde en je trouw.

Ik ga nu gauw

want het begin is reeds in zicht,

ik voel de warmte van een licht…” 

 

Al lijkt de overkant gehuld in mist toch ervaart de dichter een gevoel van licht, warmte. In een vergaderzaal van de Kandelaar (en het verhuist mee naar de Salvatorkerk!) hangt een grote foto van een brug. Ook daar is het uiteinde gehuld in mist. Maar je krijgt niet het gevoel dat het daar eindigt. Met de dichter kan je meezeggen ‘want het begin is reeds in zicht, ik voel de warmte van een Licht’. En Licht schrijf ik maar met een hoofdletter, want het is God, daar vertrouw ik op, die ons opwacht aan de andere Kant, zoals God ook met ons meetrekt als we naar de andere kant, naar de Salvatorkerk,’ gaan (nog net niet de brug over…).