door Johannes Kon, voorzitter van de Raad van Kerken Arnhem

 

Bouwen (of afbreken – is de logische twee-eenheid).

“Bouwen” doet mij vooral denken aan gebouwen; als Arnhems historicus niet zo’n vreemde gedachte toch.

In mijn vroege jeugd ging het op de zondagsschool vaak over de bouw van “de tempel in Jeruzalem”, die afgebroken zou worden en na 3 dagen heropgebouwd; toen nog niet beseffend dat dit geen gebouw maar eigenlijk het lichaam van Christus betrof, de opgestane Heer.

Ik ben eind oktober 1947 gedoopt in de (gereformeerde) “Westerkerk” aan het Stationsplein; gesloopt t.b.v. de dadendrang van de gemeente Arnhem om er iets anders, nog mooiers neer te zetten. Gaat u daar nu kijken en oordeel daarna pas.

Mijn moeder zaliger (°1917) ging ooit naar de “Oosterkerk” aan de Rietgrachtstraat. Wie zou daar ter plekke nu nog iets van een religieuze nalatenschap / erfenis aantreffen?

Soms bekruipt mij het gevoel, dat ik beter niet in kerkgebouwen moet komen, want dan loopt het maar slecht af. Denk aan de Verrijzeniskerk óp Alteveer. Heb ik ooit zien bouwen en ook weer zien slopen. Hier past ongetwijfeld een mooie quote van Jezus Christus bij, maar ik zal mij daaraan nu niet bezondigen.

Maar lezer, wees gerustgesteld! De Salvatorkerk, waarin ik vanaf 1974 kerkte onder het welwillende gezag van Ds. H. Weiland staat er nog en is mooier dan ooit tevoren.

Gebouwen vergaan maar hopelijk blijft onze christelijke gemeenschap bestaan; ooit waren wij – 2 of 3 in Zijn naam bijeen – van de tenten. En die pakt helemaal niemand ons af.