Pierre Eijgenraam

 

Bij het woord klok hoor ik onmiddellijk een liedje in mijn hoofd: ‘Mijn grootvaders klok was een deftige klok, met een uurwerk zo goed en secuur… ‘ Het liedje is uit 1876, oorspronkelijk Amerikaans, maar vlak na de oorlog ook razend populair in Nederland. We speelden het op de fanfare, met een tubasolist die er virtuoze variaties bij speelde.

Dat doet me dan weer denken aan de pendule die bij oma op het dressoir stond. Na haar overlijden heb ik hem geërfd. Hij loopt niet meer helemaal gelijk (zó secuur was het uurwerk nou ook weer niet) en meestal vergeet ik hem op te winden, maar als ik dat wel doe, slaat hij de uren met een bronzen klank.

En zodra ik dat hoor zit ik weer bij oma in de huiskamer en denk ik aan alle warmte die zij mij gegeven heeft, maar ook aan al die dingen uit haar leven die ik pas later een beetje ben gaan begrijpen. Wonderlijk, hoe klanken herinneringen en emoties kunnen oproepen, en verbonden zijn met ons leven!

Daar gaat dat liedje trouwens ook over. Het beschrijft hoe grootvaders klok negentig jaar had getikt en alle belangrijke en onbelangrijke momenten uit diens  leven had meegemaakt. Toen hij stierf, bleef ook de klok stilstaan. André Hazes had het kunnen verzinnen.

Kunst of kitsch? Ach, dat is allemaal maar snobisme. ‘Leer ons alzoo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen’ (Psalm 90: 12, zoals het in oma’s Bijbel stond).