Het thema van deze week is ‘heilig’.

In de katholieke traditie (en zo hier en daar in het protestantisme) is 1 november ‘Allerheiligen’.

Pierre Eijgenraam schrijft hierover: In mijn –zeer protestantse- jeugd mocht alleen God heilig genoemd worden, met een beperkt aantal uitzonderingen: de heilige doop, het heilig avondmaal, de heilige Schrift en –omdat het leven altijd sterker is dan de leer: Sint Nicolaas, de ‘goedheiligman’.

Er waren, denk ik, twee redenen voor die terughoudendheid om iets of iemand heilig te noemen. Enerzijds kwam dat voort uit calvinistisch  zondebesef: hier op aarde is niets volmaakt. Daarnaast was er –nog vanuit de reformatietijd- het diepgeworteld wantrouwen tegen een kerk die meende zèlf te kunnen aanwijzen wie er heilig genoemd mocht worden.

Van mijn overleden collega Cees Bouma kreeg ik ooit een mooie spreuk:

‘Als je dit huis binnen gaat,

doe dan je schoenen van je voeten

en let goed op, want je zult merken

dat God hier eerder was dan jij’.

De spreuk is populair onder mensen die zich bezig houden met de interreligieuze dialoog: denk niet te gauw dat andersgelovigen geen ervaring zullen hebben met God! Maar je mag hem ook breder opvatten: sporen van God zijn overal om ons heen –en zelfs in ons!

 

Johannes Kon

‘Heilig, heilig, heilig …’

De 2e zin durf ik niet te zingen, laat staan hier op te schrijven.

Hoeveel “heiligen” komen er in de Bijbel voor? Ik heb hen niet geturfd; geen concordantie of encyclopedie geraadpleegd, en moeder Maria doet natuurlijk niet mee in de telling. Zij staat ‘buiten kijf’ in deze column. Ik ken haar-als ex gereformeerde- slechts van de rozenkrans; want ja, ik zat op een RK middelbare school in Bergen op Zoom. En ook op weg in Frankrijk kwam ik haar regelmatig tegen met bloedend hart; het hare -niet het mijne.

Ik ken alleen maar de hedendaagse heiligen: Mahatma Gandhi, Martin Luther King, Titus Brandsma, Moeder Teresa èn de velen die nooit ‘zalig’ verklaard zijn of ‘heilig’. Zullen we dat maar overlaten aan onze lieveheeHij/Zij heeft het gelukkig al druk genoeg.

Enige jaren geleden bracht de KRO -toen nog zónder de NCRV- een poster annex kalender uit voor 365 dagen per jaar. Iedere dag bleek wel een heilige te kennen. Stupéfait!

Ik stond er -tot mijn spijt- niet bij. Maar niet getreurd; ik weet mij terdege gesteund door mensen van vlees en bloed.