Pierre Eijgenraam

Vorig jaar november was ik met mijn gregoriaanse koor een paar dagen in Rome. Dat is een zeer onheilige stad, vol protserige kerken en monumenten waaraan duidelijk is af te lezen hoe vaak de kerk bezweken is voor de verleidingen van rijkdom en machtsmisbruik.

Toch is het ook een zeer heilige stad, waar bijvoorbeeld de Sant Egidiogemeenschap zich inzet voor de allerarmsten; niet in de eerste plaats door ze te helpen, maar door vriendschap met ze te sluiten! Ik heb er de grootste bewondering voor.

Op 23 november, feestdag van de heilige Clemens, zongen we met het koor in de San Clemente, een van de mooiste en oudste kerken van de stad. Sint  Clemens was bisschop van Rome van 88-92 na Christus. Volgens de overlevering heeft hij Petrus en de andere apostelen nog persoonlijk gekend. In het jaar 100 is hij als martelaar gestorven.

Voorafgaand aan de mis trokken we in processie de wijk door, met een fanfare voorop, begeleid door vuurwerk, politie, bisschoppen en nonnen. Middelpunt van de stoet was een draagbaar waarop het gebeente van de heilige aan het volk werd getoond.

Als protestant sloeg ik, meelopend in de stoet, alle ‘Roomse poespas’ met een brede glimlach gade. Tot ik onverwachts aan het einde van de straat de sfeervol verlichte contouren van het Colosseum zag opduiken, de plek waar zoveel christelijke martelaren voor de wilde beesten zijn gegooid. Op dat moment vielen twintig eeuwen geschiedenis even helemaal weg en voelde ik me ‘one handshake away’ van Petrus en de andere apostelen. Een heilig moment.