door Margriet Kok over ‘Weg’

Wij -mijn broertje, mijn moeder en ik- kijken uit het raam en tellen de auto’s die af en toe voorbijkomen. Elke auto geven we een naam: Een Smitauto (een NSU)… een DeVriesauto (Volkswagen Kever) … en een Kokauto (Ford). Het zijn er niet veel, de auto’s die in de jaren 60 over de provinciale weg door Eibergen heen rijden.

De roep om de Twenteroute te vernieuwen wordt door de jaren heen steeds krachtiger. Een paar jaar geleden, vlak na de opening van deze weg, reden wij over de nieuwe N18 naar Boekelo. Over een mooie tweebaansweg glijden we om de dorpen heen door het landschap. Het landschap, zoals ik het uit mijn jeugd kende, beleef ik op een andere manier. Ik kom niet meer langs ons oude huis en de watertoren op de Mallumse Es. De kerktoren van Rietmolen springt er nu opeens uit. Bij een boerderij aan de rand van Eibergen zien we een oudere boer in het weiland staan. Hij kijkt vol aandacht naar de auto’s die voorbijrijden. Zou hij de auto’s ook tellen?

Deze weg is voor mij niet alleen verplaatsing in de ruimte van A(rnhem) naar B(oekelo), maar ook verplaatsing in de tijd.