door Arjen Hiemstra

Als ik Elisabeth hoor, dan moet ik denken aan het verpleeghuis St. Elisabeth in Beneden Leeuwen. Bijna tien jaar lang kwam ik daar eens per twee weken om de dienst te leiden. Ooit was het verpleeghuis opgericht door de pastoor en een lokale notabele, Mina Cuppen, en de zusters waren Franciscanessen die er de liefdadigheid beoefenden in een Rooms-katholiek dorp tussen de rivieren waar toen het Roomse leven nog volop bestond.

Wij hielden er een protestantse kerkdienst voor de enkele protestanten in het huis en voor wie er verder belangstelling had. We kwamen bijeen in een zaaltje, de vrijwilligers haalden de bezoekers van de afdelingen, samen zongen we een paar liederen, er was een lezing, ik sprak een gebed uit en  ik hield een preek van nog geen vijf minuten. En we dronken koffie en tijdens de koffie moest de dominee dan rond de tafel  met een schaal koekjes.

Ik bewaar goede herinneringen aan die bijeenkomsten. Het huis werkte niet altijd mee – toen het huis verbouwd werd moesten we elke keer maar weer een plek vinden – maar het waren bijeenkomsten met aandacht voor wie aanwezig was: de bewoners van het huis, de vrijwilligers die allemaal op leeftijd waren en de predikant die bijna tien jaar in een langzaam wisselende groep mensen aanschoof.

Tot mijn spijt is het initiatief van de protestantse Gemeente enkele jaren na mijn vertrek daar gestopt. De veranderingen in de zorg maakten dat sommige vrijwilligers afhaakten en enkele vrijwilligers overleden. En toch denk ik nog steeds: het is niet voor niets geweest.