door Pierre Eijgenraam

De tweede naam van onze oudste zoon is Johannes. Want als de moeder Elisabeth heet en de vader al wat ouder is (ik was 42) en dienst doet in de tempel, dan moet het kind Johannes heten! (Lucas 1: 63). Ben ik dus een Zacharias?

Het spreekt mij aan dat Zacharias, net als enkele anderen in de Bijbel, durft te twijfelen. Als hij de boodschap van de engel heeft gehoord, weigert hij die te geloven. Je mag dan wel priester wezen, maar dat wil nog niet zeggen dat je alles zomaar slikt! Al van jongs af heb ik mijzelf gezien als iemand op de grens tussen geloof en ongeloof. Mijn Elisabeth zegt wel eens: ‘je hebt een rationeel hoofd, maar een devote ziel’.

De Bijbelse Zacharias moet negen maanden zwijgen. Is dat een straf voor zijn ongeloof? Of is het een genade? Het christendom heeft altijd een onderstroom gekend die grote waarde hecht aan stilte en leren zwijgen als een weg naar God. God is immers groter dan alles wat wij over Hem kunnen zeggen. Alle dogma’s van de kerk zijn uitspraken ‘bij gebrek aan beter’.

Een verhaal uit het vroege christendom vertelt over een rijk en belangrijk man die een Egyptische kluizenaar bezocht. ‘Vertel mij over God’, zei de man. Maar de kluizenaar zei niets. ‘Waarom heb je niks tegen hem gezegd?’ vroegen zijn leerlingen achteraf. De oude man antwoordde: ‘Als hij niets leert van mijn zwijgen, zal hij zeker niets leren door mijn spreken’.