door Pierre Eijgenraam

Lucas 1: 39-56 vertelt over de ontmoeting van Maria en Elisabeth. Maria is net zwanger en nog maar nauwelijks toe aan het moederschap, Elisabeth was daar eigenlijk al aan voorbij, maar nu hoogzwanger. Zodra de stem van Maria klinkt, springt het kind van Elisabeth op in haar schoot: nu al herkent het zijn Meester als degene die komen zou.

Een bijzondere ontmoeting, die uitloopt op een lied dat we kennen als ‘de lofzang van Maria’. Maar is het eigenlijk wel Maria die dat lied zingt? De Griekse tekst zegt alleen ‘en zij sprak’. De traditie heeft hier ‘Maria’ ingevuld, maar feitelijk zou het net zo goed Elisabeths lied kunnen zijn….

Of misschien wel òns lied: ‘Iedere tijd opnieuw gaat zijn genade naar allen die eerbiedig met Hem leven’ (Lucas 1: 50, vertaling Huub Oosterhuis).