Arjen Hiemstra

Het is raar, maar als ik aan 2021 denk, dan denk ik aan een groot feest. Een beetje dromen is dat misschien, maar ergens in dat jaar zullen we toch wel de pandemie onder controle hebben gekregen? Als die plaag onder controle is, dan lijkt het mij tijd voor een groot feest. Met muziek en zang, met een bijeenkomst voor alle gemeenteleden, met een open huis voor de buurt en een groot springkussen voor de kinderen. Want alles is weer veilig in onze wereld en we kunnen weer volop kerk zijn.

Eigenlijk lijkt me dat ook heel vanzelfsprekend: alle keerpunten kennen op de één of andere manier een bijzondere markeringsmoment: jaarlijks vieren we onze geboorte, het einde van de Tweede Wereldoorlog vieren we met een Bevrijdingsfestival en de avonturen van Asterix en Obelix eindigen altijd met een feestelijke gezamenlijke maaltijd.

En natuurlijk staan we aan de vooravond van dat grote feest stil bij wat er allemaal gebeurd is in de afgelopen periode: wie er gestorven zijn, hoe hard de zorg gewerkt heeft, wat we hebben moeten laten en noem het allemaal maar op. Voor een Bevrijdingsdag komt een Dodenherdenking. Het is goed je te herinneren hoe moeilijk het geweest is voor sommigen.

Maar eens moeten we ook weer kunnen vieren. Blij kunnen zijn dat de wereld er nog steeds is en wij elkaar weer kunnen omarmen. En op dat grote feest kunnen we weer onze verhalen delen met iedereen. En onze dankbaarheid uiten over zoveel goeds dat weer in het verschiet ligt.

Maar eerst moeten we nog een tijdje volhouden. En afstand houden. En hopen op de toekomst. Die komt.