door Arjen Hiemstra

Deze week ben ik met mijn echtgenote een paar dagen op het Waddeneiland Vlieland. Het aardige van de wadden is dat het licht er altijd weer anders is. Soms is de zon fel, andere momenten is het gedempt door de wolken en alles er tussenin. En de kleuren verschuiven ook voortdurend. Het strand is grijs tot lichtbruin, de duinen zijn geel tot groen, in de kwelder is alles veel donkerder. En als de zon dan ook nog mooi ondergaat in de zee, komt er ook nog oranjerood bij van de zonsondergang.

Al dat licht verandert ook wel als ik in Arnhem ben, alleen valt het me dan niet zo op. De stad schreeuwt om aandacht door wat er gebeurt, door het verkeer dat raast, de mensen die mij aanspreken, het werk dat gedaan moet worden. Dat het licht zo verandert valt me pas op als ik het waddengebied bezoek. En dan verbaas ik mij erover. Elke keer weer: “Kijk: zoveel kleuren grijs daar in het water van de branding!”

En dan bedenk ik me weer: zo gaat het dus met ons mensen. We vergeten goed te kijken, we zien niet wat er is, in de waan van de dag zien we niet hoe elke dag het licht naar ons toekomt. We zijn zo druk met onze eigen dingen, dat we het licht waarin God ons toelacht, over het hoofd zien en opgaan in onze eigen drukte.

En na zo’n week weet ik het weer: ik moet beter opletten. En me verbazen. Over al dat goede licht, dat ondanks alles weer tot ons komt.

Groeten van Vlieland!