Monique Maan

 Begin jaren negentig heb ik een keer het bekende bedevaartsoord Lourdes bezocht. We waren in de buurt op vakantie en mijn nieuwsgierigheid won het van mijn protestantse terughoudendheid. Het verhaal van Lourdes is dat Maria daar in 1858 aan het meisje Bernadette verschenen is en dat ze Bernadette een bron heeft laten ontdekken. Sindsdien wordt aan het water van die bron geneeskrachtige kwaliteit toegedicht. En dat zorgt ervoor dat er jaarlijks duizenden mensen naar Lourdes reizen in de hoop daar genezing van hun kwalen te vinden.

Aangekomen in Lourdes wist ik niet wat ik zag! Grote parkeerterreinen vol auto’s en bussen, winkels vol met jerrycans in allerlei maten om water van Lourdes mee naar huis te kunnen nemen, en talloze souvenirs met de afbeelding van Maria en/of Bernadette.

Maar toen we eenmaal door het hek gingen en op het terrein van de grot en de kerk kwamen, was daar een totaal andere sfeer. Mensen, soms op krukken of liggend in een bed dat geduwd werd door één van de tientallen vrijwilligers (vaak jonge mensen die met liefde en aandacht daar hun werk deden!). Er werd met elkaar gelachen, gehuild, gezongen, gebeden. Mijn argwaan smolt weg als sneeuw voor de zon. En nee, ik heb geen genezingen zien gebeuren. Maar dat het mensen goed doet om daar samen te zijn (en wie weet hoeveel moeite het hen gekost heeft om er te komen!), dát heb ik wel gezien en gevoeld. Het werk van barmhartigheid dat deze week centraal staat, zag ik daar in de praktijk.