Arjen Hiemstra

Echte dorst heb ik zelden. Koffie wordt gezet in een handomdraai. De koelkast staat vol met melk, frisdrank en als het op is, heeft de supermarkt meer. En mocht die dicht zijn, dan stroomt uit de kraan ook nog volop water. Kortom, mijn dorst kan ik volop laven aan de verworvenheden van onze moderne samenleving.

Er is één soort dorst, die om iets anders vraagt.

Ik bedoel dit: af en toe zijn er van die momenten in het werk als predikant waarbij  je denkt: ‘Nou, nou, moet dat zo?’ Vooral na langdurige vergaderingen waarin harde taal klinkt, gebeurt mij dat nogal eens. Ook als mensen vertellen van de pijn die hen door toedoen van anderen is overkomen, geldt dat. Trouwens, ook buiten het werk komt dat gevoel wel eens op, bijvoorbeeld als iemand voordringt in de trein, als mensen luid toeterend aangeven dat ze er door moeten en als niemand rekening houdt met de ander.

Als ik dan ’s avonds thuiskom heb ik dorst naar een Trappistenbier. Bier gebrouwen op het terrein van abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot. ‘Proef de stilte’ is het motto, dat de broeders aan hun bier meegaven. En elke keer als ik zo’n bier neem denk ik aan de broeders in hun klooster, de stilte die er heerst, het gebed dat zes keer per dag wordt gebeden, en de zorgvuldigheid waarmee de broeders leven en werken: met respect voor de wereld waarin ze leven, met oog voor wie het minder hebben en in vrede met God en met elkaar.

En meestal zakt alle gedoe dan weg uit mijn hoofd. De stilte is terug.