Het thema is deze week: ‘De vreemdelingen onderdak bieden’.

Misschien is het wel een spannend thema in de wereld van vandaag, de vreemdelingen onderdak bieden. Er is heel wat (politiek) gedoe over welke vreemdelingen wel zich mogen vestigen en voor welke vreemdelingen dat niet geldt. En groepen in onze samenleving staan op dat punt lijnrecht tegenover elkaar. Want velen zijn op drift geraakt en onze mogelijkheden zijn beperkt. Wat kan wel en wat kan niet?

In de Bijbel is de houding ten opzichte van vreemdelingen altijd een beetje dubbel: aan de ene kant wordt er de nadruk gelegd dat de Israëlieten zorgvuldig met de vreemdeling omgaan – en altijd weer komt om de hoek kijken dat ze zelf ook vreemdelingen zijn geweest. Aan de andere kant moeten de vreemdelingen zich gedragen naar de wetten van Mozes. En dan lees je in de voorschriften van de Thora dat het streng verboden is dat vreemdelingen meedoen aan de Pesachmaaltijd.

De schrijvers van deze berichten aan thuisblijvers hebben zich weer over dit thema gebogen en vanuit hun eigen ervaringen een bijdrage op papier gezet. Een breed palet aan gedachten komt in deze Berichten tot ons. Sommige berichten leiden tot verwondering en verbazing. In andere bijdragen worden er kritische vragen gesteld. En tenslotte blijkt vluchten en tot vreemdeling worden soms dichterbij dan je denkt.

Veel leesplezier!

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 8 maart – Elsje Pot

Mijn allereerste preek ging over vreemdelingen (en bijwoners). Mij is bijgebleven dat wij op aarde allemaal vreemdelingen en bijwoners zijn, we hebben de aarde, de grond, het land te leen. Alleen gedragen wij er ons meestal niet naar.

Is er een verschil tussen je vreemdeling voelen en vreemdeling zijn? Je kunt jezelf in een gezelschap, waar je niet echt uit de toon valt, toch een vreemdeling voelen. En ik voelde me in Marokko, waar ik wel uit de toon viel, niet thuis. Het is al meer dan 30 jaar geleden, maar het contrast tussen de omstandigheden waaronder de Marokkanen leefden en de manier van leven, die ik gewend was, maakte dat ik me daar volstrekt misplaatst voelde.

Nog langer geleden studeerde ik in Amsterdam en woonde in Amsterdam oost. Een buurt met mensen uit alle windstreken werd 3 jaar ‘mijn thuis’. Erg tof om ’s avonds in het donker alleen de deur uit te gaan, vond ik het niet. Om mijn angst te trotseren leerde ik mezelf aan om voorbijgangers te groeten en ik zal nooit de verbaasde, teruggroetende en vaak ook blije gezichten vergeten als ik “goedenavond” zei. Het maakte mij beschaamd, omdat ik mij realiseerde, dat de passanten gewend waren om niet gezien te worden.

Een vreemdeling word je in de ogen van een ander, ik kan me voorstellen dat het dan ook zo gaat voelen. Het is steeds opnieuw een uitdaging om alles wat anders is dan ik gewend ben niet als vreemd weg te zetten.