Pierre Eijgenraam

In 1980 reisde ik met een vriend naar Tsjechoslowakije, dat toen nog achter het ‘IJzeren gordijn’ lag. Vanuit Wenen gingen we met een boemeltreintje naar het noorden. Vlak voor de grens werden de meeste wagons afgekoppeld. In een héél kort treintje reisden we verder door een landschap dat er steeds grimmiger uit ging zien met prikkeldraad en wachttorens. Op het grensstation keerden gewapende douanebeambten onze complete bagage binnenstebuiten. Onze paspoorten werden wel drie keer gecontroleerd. Het was heel intimiderend.

Twee uur later liepen we over het centrale plein van de stad Brno. Het was mooi weer. Drie Russische soldaten stonden in de rij voor een ijsje, terwijl hun collega’s tikkertje speelden. Met een schok realiseerde ik me dat dàt nu onze vijanden waren van het gevreesde Rode Leger. Jonge jongens, niet veel ouder en net zo speels als wij.

Een jaar later betrok onze studentenclub een nieuw pand. Van de Groningse zustervereniging kregen we een mooi ingelijste oorkonde, met daarop de woorden ‘Aander luu bint ôk luu’, oftewel: ‘Andere mensen zijn óók mensen’.  Dat verwoordde precies mijn ervaring op dat Tsjechische plein.

Natuurlijk snap ik dat de wereld ingewikkeld in elkaar zit, en dat de maalstroom van de geschiedenis  heel gewone, aardige mensen in bittere vijanden veranderen. Maar toch…

Jezus heeft gezegd: heb je naaste lief als jezelf. Misschien betekent dat óók wel zoiets als: ‘heb je naaste lief, want hij is net als jij’?