Pierre Eijgenraam

Als ik voorga in een kerkdienst, draag ik een toga.

Dat lijkt misschien een rare associatie bij het thema, maar ik moest er toch onmiddellijk aan denken. ‘Preken is een vorm van prostitutie!’ heb ik zelfs wel eens geroepen. Waarom? Omdat je op een kansel letterlijk je ziel en zaligheid blootgeeft, en daar nog voor betaald krijgt ook.

Na afloop zeggen de mensen nog ‘prettige zondag’ tegen je, maar dat is het dan ook. Misschien kunt u zich voorstellen dat ik, zeker in mijn eerste jaren, me soms compleet leeggezogen voelde na een dienst.

Sindsdien heb ik mij ‘bekleed met het ambt’. Want als ik voorga in een dienst sta ik er wel àls mijzelf, maar niet namens mijzelf. Ik probeer de gedachten en gevoelens van de mensen te vertolken tegenover God en ik probeer de wijsheid van de Bijbelse traditie te vertolken tegenover de mensen. Daar kom ik natuurlijk zelf wel in mee, maar het is óók groter dan ikzelf; en daarom gaat die toga erover heen.

Een tijdlang heb ik hem weer uit gelaten, omdat ik wilde laten zien dat ik ook op de kansel dicht bij mijzelf –en dicht bij de mensen- wilde blijven. Toch merkte ik dat ik bij grote gelegenheden –Pasen, Kerstmis, avondmaal of een uitvaart- niet zonder de toga kon. Waarom dan wel op een ‘gewone’ zondag, vroeg ik me af.

Inmiddels is de toga alweer jaren terug. Soms wat gekreukt of met een losse naad. Of met een coronakapsel er boven uit…  De mens eronder blijft toch wel wie hij was…