Jos Hordijk

Als ik honger letterlijk neem denk ik als eerste aan behoefte aan voedsel, aan mensen in ontwikkelingslanden en mensen in oorlogsgebied of op de vlucht. Wij mochten vroeger het woord honger niet eens gebruiken, maar moesten trek zeggen. Als ik het woord hongeren hoor vind ik dat dicht bij verlangen liggen.

Tijdens een les aan vluchtelingen uit Syrië ging één van de mannen er eens uitgebreid voor zitten en vroeg: kan jij mij uitleggen waarom er in Nederland psychologen zijn? Waar moeten jullie voor naar een psycholoog? Ik heb mijn best gedaan om de mannen uit te leggen dat wij in ons veilige Nederland ook verdriet en verlangen kennen. En probeerde me voor te stellen, hoe intens hun verlangens moeten zijn, naar thuis, naar vrede, naar alles wat zij verloren hebben en begrijp ik wel hoe zij naar ons kijken.

In deze tijd hoor ik over hongeren naar contact, knuffelen, gezelligheid, familiebezoek, uit eten gaan, de kerk en naar alles wat we gewend waren.

En ik zelf? Ik honger naar dingen die voorbij zijn. Ik maakte me weleens zorgen toen ik hoorde dat de Diaconessenkerk ging sluiten. Nooit had ik kunnen dromen dat ik nu honger naar een normale dienst in de Nieuwe kerk. Ik neem me voor niet meer te mokken over de afstand, de mensen die weggegaan zijn en wat niet gelopen is zoals ik hoopte. Wat zal ik blij zijn als ik daar weer mag zitten, rechts mijn partner en links van mij mijn trouwe kerkvriend en dan lekker samen zingen, uit volle borst.