In deze serie rondom de werken van barmhartigheid gaat het deze week over ‘de doden begraven’. Dat is natuurlijk zeer toepasselijk in de Goede Week, waarin de kerk stil staat bij het lijden en sterven van Christus. Maar het roept ook allerlei persoonlijke ervaringen en gevoelens op.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 29 maart, door Jos Hordijk

De doden begraven, dat is in onze cultuur de gewoonste zaak van de wereld, cremeren kan ook. Toen mijn vader overleed en op eigen verzoek gecremeerd werd, was de familie in Canada boos. Zij zijn lang geleden geëmigreerd en hebben zich op een andere manier ontwikkeld dan hun jongere broer hier in Nederland. Mijn vader had hier goede redenen voor en ik heb in de Nederlandse tak van de familie niemand gehoord die het er niet mee eens was.

Zelf wil ik begraven worden, naast mijn partner, op Heidepol.  Wij hebben 8 jaar geleden onze graven al gekocht.  Een paar keer per  jaar wandelen wij op Heidepol en bezoeken  de graven van mensen die we gekend hebben. Sinds enkele maanden komen we er wat vaker.

Mijn beste vriendin is in september 2020 overleden en haar kinderen hebben de dag voor haar overlijden een graf op Heidepol gekocht. Het graf van mijn vriendin verzorgen wij zo goed en zo kwaad als dat kan op Heidepol . We gebruiken daar wilde bloemen en groene takjes voor , dat past precies bij mijn vriendin.  Agnes had een schriftje bijgehouden, vanaf 2004 schreef ze daar wensen en gedachten  over haar eigen uitvaart in. Rond het sterven van Agnes stond er op de kaft. Ik was zo  blij dat ze dat schriftje had achter gelaten, want zo kon de begrafenis helemaal uitgevoerd worden in haar geest. Dat was echt troostend voor mij, een begrafenis die bij haar paste, die haar eer aandeed. Dat wil toch iedereen?