Elsje Pot

In de loop der jaren ben ik op heel wat verschillende begraafplaatsen geweest. Ik kan me er maar één herinneren waarvan ik dacht: hoe hebben ze dit kunnen verzinnen? Een kaal veld in een open vlakte met de graven in het gelid naast elkaar. Het was een nieuwe begraafplaats en misschien ziet het er inmiddels anders uit, maar het sprak me niet aan. In Arnhem en omstreken zijn veel mooie begraafplaatsen: in een bosachtige omgeving, vaak glooiend en parkachtig.

In mijn eerste gemeente woonde ik vlak bij de kerk en rondom die kerk was de begraafplaats van het dorp. Als je naar de kerk ging, liep je over de begraafplaats, een memento mori voor en na de kerkgang.

Toen ik een ommetje maakte met onze jongste in de kinderwagen en zijn broertje van tweeëneenhalf ernaast, liep ik ook een keer over de begraafplaats. We bekeken de graven en we passeerden een kindergrafje met allerlei versierselen en er brandde een kaarsje. Dat trok de aandacht en ik vertelde dat daar een dood kindje lag. Nu vraag ik me af: begreep hij eigenlijk wel wat dood betekende? Ik denk het niet, maar toen heb ik me dat niet afgevraagd.

Het uitstapje naar de begraafplaats maakte wel indruk, want elke keer als we een ommetje maakten, wilde hij ook even bij het dode kindje kijken. Ik denk dat ik dat grafje vaker heb bezocht dan het graf van mijn ouders.