In onze serie rondom de werken van barmhartigheid gaat het deze week over ‘gevangen bezoeken. Misschien is dit ook wel een toepasselijk thema: want in deze Eerste week na Pasen vieren we toch dat de dood Jezus niet gevangen kon houden? En misschien mag je er ook wel aan toevoegen: zelfs na een jaar van thuisblijven zitten wij niet gevangen! Er is nog steeds veel meer voor ons mogelijk dan voor hen die in de gevangenis verblijven.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 5 april – Monique Maan

Het werk van barmhartigheid van deze week, het bezoeken van gevangenen, is niet zo gemakkelijk concreet te maken. Je komt de gevangenis (als het goed is) niet zomaar uit, maar je komt er ook niet zomaar ín om iemand te bezoeken.

Gelukkig zijn er andere manieren om contact te hebben. Ik herinner me de jaarlijkse actie die de diaconie organiseerde voor gevangenen in de Koepel. De diakenen zochten begin december contact met de geestelijk verzorger van de Koepelgevangenis om afspraken te maken voor het bezorgen van een attentie namens de kerk. En wat geef je dan als geschenkje? Een kaars? Maar er mag geen vuur op cel. Een boekje? Maar zou daar wel belangstelling voor zijn? De diaconie kwam uit bij telefoonkaarten. Zo eenvoudig en zo doeltreffend.  Want met de telefoonkaarten kon contact met de buitenwereld gezocht worden, met kinderen, partners, vrienden. Juist in die tijd van de feestdagen, als gemis vaak extra voelbaar is. Ik vond het een prachtige invulling van dat werk van barmhartigheid. Wij hoeven geen mening te hebben over de vraag of mensen terecht of onterecht in de gevangenis zitten, of dat hun straf lichter of zwaarder had moeten zijn. Daar hebben we het rechtssysteem voor. Maar als we – met zo’n telefoonkaart – mensen het gevoel hebben kunnen geven dat iemand aan hen gedacht heeft en als we op die manier iets hebben kunnen bijdragen aan relaties en verbondenheid, dan is daar barmhartigheid geschied.