Jos Hordijk

De enige keer dat ik gevangenen in de Koepelgevangenis bezocht heb was toen ik er met de Oecumenische cantorij Arnhem Zuid ging zingen. Maar toen er zo’n jaar of vijf geleden Syrische vluchtelingen in de Koepel arriveerde was ik er als de kippen bij. De eerste lessen werden in  buurhuis ’t huukske  georganiseerd .We moesten in die begintijd met twee personen aanwezig zijn,  omdat de organisatie het wel veilig wilde houden voor de vrijwilligers.

Na een paar maanden stopten de lessen om met twee groepen verder te gaan in de Koepelgevangenis.  Ik was er al verschillende keren op bezoek geweest en begreep toen pas waarom er alleen maar mannen in de Koepel waren gehuisvest. Het was een voormalige gevangenis en de mannen sliepen met z’n tweeën op een cel.

In Syrië hadden de mannen begrepen dat ze binnen 6 weken met hun familie verenigd zouden worden als ze eenmaal in Nederland waren. Ze hadden hun eigen leven in de waagschaal gesteld om hier te komen en nu konden ze niets anders doen dan wachten op een verblijfsvergunning. Er is geen groep geweest die zo snel geholpen is als die mannen, binnen anderhalf jaar zaten zij met hun familie ergens in Nederland in een huis, maar zo hebben zij het niet beleefd. Je vrouw en kinderen achterlaten in oorlogsgebied met een klein beetje geld en hopen dat het goed komt valt niet mee. En dan te bedenken dat het allemaal nog zo veel erger kan en ook gebeurt, iedere dag.