Arjen Hiemstra

Als ik aan de schepping denk, dan denk ik aan psalm 8: ‘Heer onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde’. Als beginnend predikant schreef ik er ooit een preek over, en zoals dat gaat als je als beginnend predikant tevreden bent over een preek die je geschreven hebt: die preek vergeet je nooit weer.

Na die centrale woorden van de psalm wordt beschreven hoe machtig Gods naam is: Je ziet hem terug in de hemel, de maan en de sterren en even later in de schapen, de geiten, al het vee en de dieren van het veld, de vogels van de hemel en de vissen van de zee. En dan volgt een soort centrale conclusie: ‘Wat is de mens, dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?’ en de dan volgen de woorden waar ik aan blijf haken: “U hebt hem bijna een God gemaakt”.

We zijn bijna God geworden. En toch zijn we het niet. Want als het om die schepping gaat, dan maken we er toch vaak weer een puinhoop van. Dan zoeken we technische oplossingen voor milieuproblemen om zo toch op de oude voet verder te kunnen gaan met consumeren. We minderen niet.

Gelukkig staat er in de psalm ook een hoopvol perspectief: God denkt aan ons, hij ziet naar ons om. En dus zal Zijn zorg voor de schepping altijd krachtiger zijn dan ons verbruik ervan.