Deze keer gaat het over herdenken. Dit natuurlijk naar aanleiding van het herdenken op 4 mei. We herdenken dan alle Nederlandse Oorlogsslachtoffers die gestorven zijn sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, waaronder ook hen die tijdens vredesmissies gestorven zijn.

Een beladen moment voor sommigen. Een moment om terug te kijken, misschien te denken aan de eigen geschiedenis met oorlog en slachtofferschap, maar voor sommigen ook om verder te kijken naar waar onrecht plaatsvindt door wrede machthebbers en waar slachtoffers vallen.

 

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 3 mei – Pierre Eijgenraam

Tijdens de oorlog was mijn oma bijzonder fel tegen de Duitse bezetter. Toen ze haar radio in beslag kwamen nemen, smeet ze die vanuit de slaapkamer zo de straat op. Opa was bang dat ze háár ook mee zouden nemen, dat is gelukkig nèt niet gebeurd.

Voordat ze trouwden, in 1929, was oma in dienst geweest bij een joodse familie in Rotterdam: Asser en Helena Soesman. Ze hadden een winkel in knopen, bandjes, lapjes en garen. Mijn oma was er winkelbediende en kindermeisje. Het enige kind, Willem Julius Soesman, was geboren met een verstandelijke beperking. Oma was dol op hem. Mede daarom trok ze zich later het lot van onze joodse landgenoten sterk aan.

Dankzij de avondklok vond ik tijd om eens uit te zoeken hoe het verder is gegaan. Moeder Helena overleed in 1937, vader Asser in september 1940; de vervolging was toen nog niet begonnen. Zoon Wim woonde daarna in huis bij een joodse weduwe en haar dochter. Op 8 december 1942 arriveerde hij in kamp Westerbork, op 12 december werd hij vervoerd naar Auschwitz. Ook zijn huisgenotes stierven daar. Officieel is Wim overleden op 28 februari 1943, maar dat zegt weinig: in Auschwitz stierf iedereen op de 15e of de laatste dag van de maand.

Van zijn naaste familie heeft niemand de oorlog overleefd en ikzelf heb hem nooit gekend, er is zelfs geen foto. Maar omdat mijn oma van hem hield zal op 4 mei toch nog iemand aan hem denken.