Het lag voor de hand om, na de ‘nationale’ thema’s van de vorige weken (koninklijk, her­denken), deze week het thema ‘vrijheid’ te kiezen.

Ondertussen is in politiek en media een felle strijd losgebarsten over een affiche waarop verkondigd wordt dat we onze vrijheid, in 1945 herwonnen, in 2020 wegens corona weer verloren zouden hebben.

De verontwaardiging vind ik terecht; de onvrijheid tijdens het naziregime is onvergelijkbaar met de onvrijheid die we omwille van elkaars gezond­heid op dit moment nog moeten verduren.

Dat wil ook weer niet zeggen dat de onvrijheid van het afgelopen jaar niets voor zou stellen. Eenzame ouderen, depressieve jongeren, wan­hopige ondernemers, uitgeputte ziekenhuismedewerkers; ze weten wel beter! Het is vooral de gelijkstelling die kwetsend is en ongepast.

Enkele van onze schrijvers vonden ‘vrijheid’ een lastig thema. Misschien is dat omdat vrijheid zoveel vormen heeft: niet alleen de ‘grote vrijheid’ van een democratische rechtsstaat, maar ook de individuele vrijheid om te zijn wie je bent en te geloven, schrijven of zeggen wat je wilt; zelfs in ons land is dat niet (of niet meer??) voor ieder vanzelfsprekend.

Dan is er ook nog zoiets als ‘persoonlijke vrijheid’: je kunt je heel onvrij voelen als bijvoorbeeld je werk niet (meer) bij je past, als je ruzie hebt met je buren, opgroeit in een liefdeloos gezin, of als je mantelzorger bent en je hele bestaan daardoor wordt beheerst.

Vrijheid kent ook grenzen: Mag jouw vrijheid ten koste gaan van die van anderen? Is het oké als de verantwoordelijkheid die je draagt wel eens zwaarder weegt dan je persoonlijke vrijheid? Zou een mens wel ècht gelukkig worden van onbeperkte vrijheid? 

Hoe dan ook: vrijheid is nooit vanzelfsprekend. Vrijheid vraagt onderhoud, vrijheid vraagt dialoog –je moet er met elkaar over in gesprek blijven- en soms vraagt vrijheid offers. We blijven dankbaar voor de mensen die dat offer, 75 jaar geleden of in deze tijd, durfden en durven te brengen!

Pierre Eijgenraam

 

Maandag 10 mei 2021, door Kees van Keulen

Hebt u zich er in verkiezingstijd ook aan geërgerd hoe vaak er niet werd geroepen ‘We willen onze vrijheid terug!’ Alsof we in een onvrij land leven! Ik heb zeer te doen met de jongeren die niet naar school kunnen, met de studenten die alleen maar achter (of voor?) het computerscherm moeten zitten, met de gezinnen waarvan de ouders thuis werken en tegelijkertijd hun kinderen bij het on-line-onderwijs moeten begeleiden, met degenen die in achterstandssituaties zitten en nu weer extra achterop worden geworpen, met allen die hun inkomen zien verdampen, met de jongeren èn ouderen die snakken naar contact. En zo zijn er nog wel een paar. Allemaal situaties waarin vrijheden zijn ingeperkt.

Maar het ging me te ver als ik het gekrakeel hoorde over de avondklok en het gezanik van fanatieke terrasbezoekers. Vrijheid is namelijk geen absoluut begrip. Het gaat altijd samen met verantwoordelijkheid.

Bovendien, je vrijheid opeisen gaat vaak ten koste van de vrijheid van een ander. En als we ons dus moeten beperken om het virus in de hand te krijgen, nodig om de vrijheid van velen te kunnen waarborgen, dan kan je niet roepen ‘We willen onze vrijheid terug!’ De vrijheid waarvan wij ook nu -in coronatijd- kunnen profiteren, is namelijk ongekend. Vieren we dat niet op 5 mei?

PS En overigens realiseer ik me als gezonde gepensioneerde met een goed pensioen en een prima verhouding thuis tot de categorie te behoren die het minst te klagen heeft!