Een oud Duits lied (vertaling: Coby Schreijer)

 

‘De gedachten zijn vrij, wie kan ze beletten?

Ze ijlen voorbij, naar eigene wetten.

Geen mens kan ze raden of grijpen of schaden.

Hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij!

 

Ik denk wat ik wil, wie zal `t mij verbieden?

Mijn denken gaat stil waarheen het wil vlieden.

Mijn wens en verlangen neemt niemand gevangen;

hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij!

 

En als men mij sluit in donkere kerker,

dan lach ik ze uit, mijn geest is toch sterker.

Hij breekt onverdroten de grendels en sloten

en werpt ze ter zij: de gedachten zijn vrij!’