Monique Maan

Pinksteren is misschien wel het meest ‘vage’ van alle kerkelijke feesten. Met Kerst gaat het over een kind dat geboren wordt, teken van licht in de duisternis.

Met Pasen gaat het over vriendschap en verraad, over dood en leven. Maar Pinksteren laat zich minder makkelijk in een paar woorden vatten.

Je leest dat al in Handelingen 2 als verteld wordt over de leerlingen die bij elkaar zitten in Jeruzalem. Ineens gebeurt er iets – de schrijver heeft het over geluid als van een hevige windvlaag en tongen als van vuur. Je merkt dat het zoeken is naar vergelijkingen om te verwoorden wát er gebeurt. Ongrijpbaar en niet te vangen.

Toch is het mooie dat Pinksteren in alle ongrijpbaarheid óók het feest is waarop God ons het meest nabij komt. Het is een echo van het scheppingsverhaal uit Genesis 2: het leven wordt ons ingeblazen, we worden op onze voeten gezet en komen in beweging.

Pinksteren, het feest van de Geest, zorgt er voor eens en voorgoed voor dat we nooit kunnen zeggen dat God ver weg is, of dat zijn Verhaal een verhaal op afstand is.

We zijn met elkaar verbonden door inspiratie, motivatie, geestkracht, bezieling, gedrevenheid, enthousiasme (letterlijk: in God zijn) – noem het zoals je wilt. Het is die kracht die je laat doen wat je uit jezelf niet zou bedenken, die kracht die je inzichten geeft die je zelf niet kunt verzinnen, die kracht die maakt dat je volhoudt en doorgaat.

Dat allemaal is Pinksteren. Geest van hierboven voor mensen beneden.