Pierre Eijgenraam

Een van mijn leermeesters was professor Harry Kuitert (1924-2017). In de gereformeerde wereld was hij degene die de luiken open gooide. Welsprekend en met kracht van argumenten durfde hij vragen te stellen bij gewoonten en geloofswaarheden. Dat was spannende lectuur, maar op de vraag wat hij dan wèl geloofde had hij steeds minder een antwoord. Na zijn overlijden las ik ergens: ‘Laten wij hopen dat hij nu mag zíen waar hij niet meer in kon geloven’…

Een van zijn motto’s was: ‘alles wat we zeggen over hierboven, komt van beneden’. Daarmee is niet per sé gezegd dat er geen ‘hierboven’ bestaat, wel dat we daar alleen in menselijke taal en menselijke beelden over kunnen spreken. Een nieuwe gedachte is dat overigens niet: mystici en kerkvaders/moeders hebben altijd benadrukt dat de taal niet volstaat om een ware Godservaring onder woorden te brengen.

Persoonlijk denk ik dat die ervaringen niet altijd heel groot of ingrijpend hoeven te zijn. Er zijn ook wat ik noem ‘knipoogjes van God’: momenten waarop een mens even uitgetild wordt boven zichzelf, momenten waarop we iets van schoonheid, troost of kracht ervaren. Komen die momenten werkelijk van boven? Ach, misschien is dat niet eens zo belangrijk. Jezus zegt: ‘De wind waait waarheen hij wil. Je hoort hem wel, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook als iemand door de Geest van God nieuw leven krijgt’. (Johannes 3: 8)