Bericht voor thuiszitters, 30 mei

,

Kees van Keulen

 Gebruikelijk is dat er na afloop van een kerkdienst orgelmuziek wordt gemaakt. Ik benut het om wat registers open te trekken. Met de zang door een solist in deze coronatijd kom je namelijk meestal niet verder dan het getrokken register Holpijp 8′ – spreek uit `achtvoet`.

(Het corpus van de pijp met de laagste toon behorend bij een 8′-register, de `grote C`, is namelijk 8 voet, ongeveer 2,5 m lang. Kijk maar naar de middelste pijp in het front van het orgel van de Salvatorkerk. De andere pijpen van dat register zijn korter, maar worden ook aangeduid met 8′. Zo, dit was even een lesje orgelkunde.)

De tijd na de dienst is niet zonder betekenis. Er is alle gelegenheid voor onderling contact. In de kerkzaal geeft (of moet ik zeggen `gaf`?) het een geroezemoes van jewelste. We hopen dat er snel weer aan die ontmoetingen inhoud kan worden gegeven.

Met het orgelspelen houd ik daar rekening mee. Het is mosterd na de maaltijd.

Kerkomroep.nl wordt meestal tussentijds al uitgedaan. Ik bereid het niet voor, improviseer wat, en doe soms een wedstrijdje wie het meeste lucht heeft. In het algemeen zal er niet naar worden geluisterd. Psalm 150 – oude berijming: `Laat zich ’t orgel overal bij het juichend vreugdgeschal tot des Heren glorie paren!` klinkt dan wel erg verheven. Overigens, in de tijd dat de Psalmen werden geschreven, bestonden er nog helemaal geen orgels. Wat een rot tijd moet dat zijn geweest!