Arjen Hiemstra

In mijn werk als predikant heb ik een paar keer met seksueel misbruik te maken gehad en haar slachtoffers. De gesprekken hierover met mij waren emotioneel, soms langdurig, soms ook vol woede over wat hen overkomen was.

Mijzelf is ‘Me Too’ nooit écht overkomen. Nou nooit…, één keer was er misschien sprake van seksuele intimidatie, toen ik in de toiletten kwam van één van de vieze stations in Parijs. We waren op weg met de middelbare school naar Taizé. In de kelder van het station stond een grote rij urinoirs waar mannen hun plas konden doen. Toen ik binnenkwam waren er nog twee plekken vrij aan weerszijden van een man. Ik nam één plek in en toen zag ik waarom de plekken naast de man leeg waren: hij stond er namelijk te masturberen.

Het geheel gaf mij een akelig gevoel. En zoals dat bij ‘Me Too’ ook kan gaan: ik werd niet boos, niemand van de omstanders zei iets en ik praatte er ook niet over. En we waren alweer een heel eind verder richting Taizé voordat ik weer een beetje normaal kon denken.

Die ervaring ben ik nooit vergeten. Ik geloof niet dat dat die keer mij beschadigd heeft. Misschien heeft deze ervaring me gevoelig gemaakt voor de gevoelens van boosheid, schaamte en verlamdheid die slachtoffers overkomen zijn, toen zij misbruikt zijn. Ze willen weg, maar op de één of andere manier is er verlamming. Je zou boos moeten zijn op het moment dat iemand te ver gaat, maar het lukt niet.

Maar misschien heeft deze ervaring mij ook geholpen om iets beter naar verhalen van slachtoffers te luisteren.