Kees van Keulen

Mijn vrouw lag langdurig in het ziekenhuis. Ze was er niet goed aan toe.

Op zondagen zorgde ik er na enige tijd voor, wanneer ik geen orgel hoefde te spelen, als laatste de kerk binnen te komen en als eerste weg te zijn. De ervaring was namelijk, dat “iedereen” op je af dook en wilde weten hoe het was. Dat was weliswaar wat veel, maar begrijpelijk. Ik ging daar dan ook op in. Maar tevens, en nu komt het, “iedereen” meende zonder te vragen aan je te mogen zitten, je even te mogen aanraken, een arm om je schouder te mogen leggen. Ik wil dat niet! Ongetwijfeld was ook dit goed bedoeld, maar dat doet er niet toe. En vraag me niet “Waarom niet?” Ik wil het gewoon niet! En zeg nu niet “Je had het gerust mogen zeggen, hoor!” want dan leg je de bal van je eigen ongemak bij mij neer. Overigens, ik geloof direct dat er zijn, en misschien zelfs wel velen, die een ongevraagde arm om de schouder op prijs stellen, maar hoeveel zullen, net als ik, hebben gezwegen, wellicht zelfs zijn weggebleven?

Maar gelukkig, met mijn vrouw gaat het nu prima.