Ik heb gestudeerd in Amsterdam aan de Vrije Universiteit. De afdeling theologie bevond zich op de 14e verdieping, helemaal boven in het hoofdgebouw: het dichtst bij de hemel.

Vanuit ons hoog vertrek had je een wijd uitzicht; helemaal beneden zag je de bestuursvleugel, met het grote dak van de aula daar bovenuit stekend.

Op zekere ochtend zagen we op dat dak, in enorme witte letters geschilderd: MENE MENE TEKEL. Als goed gereformeerde studenten wisten we natuurlijk wat dat betekende: ‘geteld, gewogen en te licht bevonden‘. In het Bijbelboek Daniël wordt verteld (hoofdstuk 5) hoe deze woorden op geheimzinnige wijze op een paleiswand werden geschreven.

Wie ze op onze aula geschreven had, wisten we niet en is ook nooit bekend geworden. Pas een paar jaar geleden hoorde ik van iemand dat het een orthodoxe medestudent zou zijn geweest, die vond dat de VU haar christelijke identiteit verkwanselde.

Nog dezelfde dag huurde het bestuur van de universiteit een schilders­bedrijf in om de letters onder een laag zwart te laten verdwijnen. Kennelijk hadden ze precies begrepen hoe het bedoeld was! Veertig jaar later zijn de zwarte strepen op het dak zijn nog altijd herkenbaar, als een ‘teken aan de wand’.

Ook in onze tijd is dat nog een gangbare uitdrukking gebleven. Welke tekens aan de wand komen wij tegen? En hoe interpreteren we die?

Pierre Eijgenraam

 

Maandag 7 juni, door Monique Maan

Bij het thema van deze week moest ik denken aan een verhaal dat ik ooit hoorde over een kerk die een scriba zocht. Nu doen we dat in de Nieuwe Kerk ook, maar het verhaal is ouder.

Vele oproepen waren er geweest in het kerkblad, en een heel aantal mensen was persoonlijk benaderd. Maar het had niets opgeleverd. Toen bedacht iemand dat er een groot wit vel vóór in de kerk gehangen moest worden, met daarop een grote letter S (van scriba). En het vel zou daar blijven hangen tot er een nieuwe scriba zou zijn. Als een niet te ontlopen teken aan de wand.

Nu weet ik niet meer hoe het verhaal afliep, en of de actie het gewenste resultaat had. Maar als ik er m’n fantasie over laat gaan, kan ik me zo voorstellen dat het de eerste twee weken hier en daar wat reactie opriep – variërend van: ‘moet dat nou zo?’ tot: ‘goed hoor, misschien brengt het mensen tot inzicht dat er echt iemand moet komen!’. Maar ik kan me ook voorstellen dat na een paar weken niemand het grote vel nog zag hangen. Dat het als het ware bij het interieur van de kerk was gaan horen.

Ik vraag me af hoeveel tekenen aan de wand ik intussen niet meer zie. Als het gaat om bijvoorbeeld klimaatverandering, of om de nood van vluchtelingen. Hoeveel zaken zijn bij het leven gaan horen, en vallen me nauwelijks meer op?

God, geef me ogen die zien wat gezien moet worden….