Pierre Eijgenraam

Kent u de ‘Groene Bedstee’ in landgoed Mariëndaal, tussen Arnhem en Oosterbeek? Dat is de mooiste tunnel die ik ken. Aangelegd rond 1860, een paar honderd meter lang, bestaande uit zorgvuldig opgebonden en gesnoeide haagbeuken die samen een lange groene tunnel vormen. De bedstee was een geliefde plek voor adellijke dames, waar ze onbespied en beschermd tegen zonneschijn een uurtje in de buitenlucht konden vertoeven.

Zelf heb ik ook zo’n groene bedstee, in het Rozendaalse bos. Elke week ga ik daar een paar keer wandelen, ’s morgens rond een uur of acht. Je vindt er een wirwar aan ‘groene tunnels’: zandwegen en paden onder de bomen, waarover je elke dag een andere route kunt kiezen.

Mijn wandeling begint meestal hijgend en puffend, want het is er behoorlijk heuvelachtig. Eenmaal warmgelopen begint het piekeren: ik denk na over mijzelf, over vrouw en kinderen, het programma voor de dag, over gedoe in de kerkenraad of in de gemeente, over de preek of mijn nieuwe column voor de thuisblijvers. Na een half uur of drie kwartier daalt er wat rust in mij. Mijn hoofd begint ‘schoon’ te worden. Ik kijk om me heen en geniet van de rust en de schoonheid in het bos; het wandelen wordt bijna een soort van bidden of mediteren.

Na een goed uur bereik ik dan weer de parkeerplaats, aan het einde van mijn groene tunnel. De dag kan niet meer stuk, ik ben er klaar voor!