Die vreselijke sport, Pierre Eijgenraam

Als kind was ik nogal verlegen. Mijn moeder hoopte dat judo zou helpen om mij wat weerbaarder te maken. Het werd geen succes. Aanvankelijk vond ik het nog wel aardig, maar eigenlijk snapte ik er niets van. Pas na vele jaren haalde ik mijn groene band -nèt geen beginner meer. Op advies van de judoleraar mocht ik er gelukkig eindelijk mee stoppen. Daarna basketbal, maar een teamsport was dat niet. Op elke fout –en ik maakte er nogal wat- werd ik bikkelhard afgerekend door mijn ‘team’genoten.

In mijn studietijd heb ik niet veel aan sport gedaan, behalve wat hardlopen met studiegenoten. Dat vond ik wèl leuk! Toen ik net dominee was geworden deed ik mee aan een loopje in het dorp. In de eindsprint versloeg ik een van mijn catechisanten; hij kwam kotsend over de streep. Vervelend voor hem, maar het deed wonderen voor mijn prestige onder de jeugd!

In Arnhem ontmoette ik Uilke Bouma, ouderling èn atletiektrainer. Onder zijn hoede heb ik met veel plezier jaren meegedaan in een hardloopgroep. Door het huwelijk en het vaderschap kwam ik –in de meest letterlijke zin!- op de bank terecht. Ik zou wel weer willen hardlopen maar ik ben te zwaar geworden.

Vorig jaar toch weer begonnen met ‘slow sport’: wandelen met ferme pas, wat sprongetjes, kniebuigingen, zwaaien met een stok… Het stelt niet veel voor, toch krijg ik er spierpijn van. Maar het doet me goed! ‘Slow jogging’ blijkt ook te bestaan. Zal ik…?