Die vreselijke sport, Monique Maan

Toen ik vier jaar was, ging ik op gym. Daarna volgde zwemmen, en nog weer later hockey. Tijdens mijn studententijd kwam er zaalvoetbal bij. Intussen is het door omstandigheden weer afgezakt naar wandelen, fietsen en baantjes zwemmen. Het stelt allemaal niet veel voor, maar een beetje sportief bezig zijn is toch wel fijn.

‘Die vreselijke sport’ is dus niet echt een thema dat ik bedacht zou hebben. Maar misschien heeft de bedenker de grote toernooien in gedachten die deze zomer het nieuws beheersen. Het EK-voetbal (al hield dat al snel op voor ‘ons’), Wimbledon, Tour de France, Olympische Spelen – er zijn dagen dat er maar met moeite iets anders op tv te vinden is.

Ik vind dat niet erg. Ik kan erg genieten van een goede wedstrijd, van een team dat mooi samenspeelt, of van sporters die na jarenlange voorbereiding de prestatie van hun leven neerzetten. Natuurlijk, de commercie mag wel wat minder, en rellen en sport horen al helemaal niet bij elkaar. Maar veruit de meerderheid van de sporters is toch op een goede manier met hun sport bezig, en daar kijk ik graag naar!

Hebben sport en geloof met elkaar te maken? Volgens Paulus kun je ze wel vergelijken. In 1 Korintiërs 9: 24-25 gebruikt hij de sportwedstrijd als metafoor voor het leven met God en je inzetten daarvoor. Zoals de atleet alles geeft om de vergankelijke erekrans te behalen, zo gaat de gelovige voor de onvergankelijke erekrans.  Sport kan niet zonder toewijding, en geloof evenmin.