‘Uit de losse pols’, dat is het thema voor deze week.

Sommige schrijvers zweren bij de gedegen aanpak en de goede voorbereiding. Anderen willen juist moeite doen om daar een beetje uit los te komen of twijfelen daarover.

 

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 19 juli, door Monique Maan

Ik ben iemand van goede voorbereiding. Ik begin op maandag met de dienst van komende zondag en doorgaans is die op donderdagmiddag zo’n beetje helemaal klaar. Ook met deze stukjes voor de thuisblijvers begin ik vaak op vrijdag, terwijl het pas op woensdag ingeleverd hoeft te worden.  Ik vind het een prettig idee om dan nog tijd te hebben voor eventuele veranderingen, maar ook te weten dat er in ieder geval iets op papier staat.

In mijn begintijd als predikant had ik af en toe de nachtmerrie dat ik in de kerk stond zonder preek, of met een preek over een tekst die die zondag niet aan de orde was (alsof er iemand zou zijn die daar iets van zou zeggen …).

Eén keer is het me echt overkomen. Ik was gevraagd bij een doopviering in een RK-kerk. Moeder was katholiek, vader protestant, het kindje zou door de pastoor gedoopt worden, en of ik een kort preekje wilde houden. Ik doe mijn map open en zie dat er niets in zit… mijn tekst lag nog thuis bij de printer.

Uit de losse pols heb ik mijn verhaal gehouden en natuurlijk ging dat ook prima. Als je een verhaal geschreven hebt, zit het vaak ook al goed in je hoofd. Niemand heeft iets gemerkt (denk ik), en na het gevoel van paniek vond ik het eigenlijk ook wel goed om een keer zo voor het blok gezet te worden. En te merken dat het dan ook gewoon goed kan gaan.