Johannes Kon

Toen ik nog volleybalde in de gymlessen op de middelbare school, was een losse pols wel handig. Mijn rechtshandige ondershandse opslagen waren befaamd op het ‘Mollerlyceum’ in Bergen op Zoom (1960-1966) (toen was ‘Zoom nog gewoon; tegenwoordig een affront tegen onderling menselijk communiceren).

Ik was wat minder goed in ‘blokken’: springen en twee handen in de lucht om de tegenstander te imponeren. Ik was en ben klein van gestalte (genen waarschijnlijk).

Uit de losse pols een betoog houden voor een kleiner gezelschap of een grotere menigte ging me allengs beter af. Ik heb me dat moeten aanleren. Aanvankelijk bibberend op het spreekgestoelte (1978) in de gemeenteraad en de preekstoel in enige kerken hier ter stede hebben die ervaringen me als spreker/pseudo voorganger gevormd.

Toen ik ooit ca 5000 demonstranten voor een betere CAO voor gemeente-ambtenaren mocht toespreken, ging me dat wonderwel redelijk af -boven de materie staande. Vanuit het hart!

 

Mijn polsdruk is 78; mijn hartslag 138/82 – tot nader order dan.