Arjen Hiemstra

In mijn kast staat een boek “Atlas der abgelegenen Inseln” van Judith Schalansky. Het beschrijft 50 eilanden in de hele wereld die één ding gemeenschappelijk hebben: ze liggen allemaal geïsoleerd. Een enkel eiland (St. Helena, ooit het ballingsoord van Napoleon) heeft een landingsbaan. Andere eilanden kun je met een boot bereiken (Tristan da Cunha), maar vaak is dat dan na een lange reis. En op sommige eilanden (Ascension Island) kun je pas voet aan wal zetten nadat je een schip gehuurd hebt dat speciaal voor jou er naar toe vaart.

Ik vind het een fascinerend boek. Het beschrijft de eilanden en haar geschiedenis. Het vertelt van schipbreuken, vormen van leven op de eilanden, moeilijke leefomstandigheden en andere bijzonderheden.

Niet op alle eilanden leven mensen. Toch verwonder ik me over ieder eiland waar –ondanks een moeilijke geschiedenis, moeilijke leefomstandigheden, weinig bewoners en vooral grote eenzaamheid– toch mensen een bestaan vinden. Wij mensen zijn blijkbaar uitgerust met een ongelooflijk aanpassingsvermogen. Onze schepper gaf ons de mogelijkheden om zelfs in de meest afgelegen plekjes te overleven.

Soms zou ik die afgelegen eilanden willen bezoeken. De stilte te voelen, de eenzaamheid en de enkeling te spreken over het wonen daar. Maar de grote moeite die je moet doen om afgelegen eilanden te bezoeken schrikt me af.

In januari maar weer een paar dagen naar Vlieland denk ik. Ook heel stil en op dat moment zelfs een beetje eenzaam. Ook heel bijzonder.